

• scuderia ferrari marlboro Het team van Ferrari maakt haar Formule1 debuut op 21 mei in wat nu een van de mooiste races van de kalender is: Monaco. Alberto Ascari reed zijn Ferrari 125 F1 als tweede over de finish. Dit resultaat behoort tot een van de twee podiumfinishes die Ferrari dat seizoen behaalde. Een jaar later ging het echter een stukje beter. De Argentijn José Frollan Gonzalez kreeg het voor elkaar de Alfa Romeo's te verslaan, en 14 juli boekte Gonzalez in Silverstone de eerste overwinning. De winnende bolide: de 375 F1. Maar ook Ascari bewees een Grand Prix te kunnen winnen. In Duitsland en in Italië overwon de Argentijn. Deze twee overwinningen brachten gaan van beide echter de titel, deze ging naar Fangio. In 1952 was dan wel daar het succes. Alberto Ascari was de eerste coureur die namens Ferrari de Driver’s World Championship titel behaalde. Ferrari won alle races, met uitzondering van de Indianapolis 500. Ascari won zes Grand Prix’ en Taruffi één. De succesvolle500 F2 leek onverslaanbaar. Een jaar later bewees de 500 F2 wederom dat deze wagen simpelweg het beste was. Ascari, Ferrari’s 1st driver, won dit jaar vijf races. In ’54 was het Juan Manuel Fangio’s die domineerde met zijn Masserati, maar Ferrari kon toch nog redelijk tevreden terugkrijgen. De Italiaanse renstal boekte een één-twee in Silverstone (met Gonzalez en Hawthorn) en ook in Barcelona bleek Hawthorn de sterkste. Ook het jaar daarop, 1955, bleek een moeilijk seizoen voor Ferrari. Mercedes was dominant, en Ferrari boekte slechts één overwinning. In Monte Carlo won Maurice Trintignant, maar de race staat beter bekent om de crash van Ascari. Vier dagen later, op 26 mei, overleed Ascari tijdens het verrichten van testwerkzaamheden in Monza. In ’66 wilde Ferrari niet opnieuw zo’n moeilijk seizoen meemaken, daarom werd Fangio aangetrokken. De Argentijn bracht Ferrari een nieuwe coureurstitel na een spannend seizoen. Fangio won drie race, en had de titel te danken aan een enorm mooi gebaar van Collins. Collins had twee overwinningen behaald dat seizoen, maar liet Fangio rijden in zijn wagen tijdens de laatste race in Monza. Hier kon Fangio als tweede finishen om zo Stirling Moss’ aanval op de titel af te slaan. Een jaar later, in ’57 vertrok Fangio en dat heeft Ferrari geweten ook. De Argentijn behaalde in zijn onverslaanbare Masserati 20F de titel. Ferrari boekte maar een paar podiumfinishes, met dank aan het harde werken van Musso en Hawthorn. 1958 Was een jaar wat gemengde gevoelens kent: groot succes en groot verdriet. Mike Hawthorn pakte de coureurstitel met zijn 246 F1, maar het seizoen kende een verschrikkelijk aantal ongelukken. Luigi Musso verloor zijn leven in Reims, en Peter Collins verongelukte op de Nürbürgring. Deze ongelukken waren een van de voornaamste redenen voor Mike Hawthorn om, ondanks zijn titel, te stoppen met racen. Hawthorn zou later in Engeland overlijden in een auto-ongeluk. Een jaar later ging Ferrari ‘vrolijk’ verder. Het verlies van hun topcoureurs weerhield het team niet van deelname aan het seizoen van 1959. Tony Brooks werd tweede in het wereldkampioenschap (achter Jack Brabbham) terwijl Ferrari druk de racebolide aan het ontwikkelen is. Ferrari start 1960 met dezelfde wagen – de 256 F1 – maar met een nieuwe line-up: Hill, Ginther en Mairesse. In Monaco debuteerde de nieuwe 246 P F1. Een enkele overwinning (maar dan wel drie Ferrari’s in de top drie) werd er geboekt in Monza. Het team werd derde in de strijd om de constructeurstitel, en Phil Hill werd vijfde in het coureurs klassement. Het hierop volgende jaar domineerde Ferrari en haar coureurs: Phil Hill, Wolfgang Von Trips en Giancarlo Baghettig. Met de 156 F1 won het team vijf races (3x Hill, 1x Von Trips en Baghetting) uit de acht verreden Grand Prix’. Het spande er wel om in het coureurskampioenschap, welke in Monza werd beslist. Von Trip verongelukte en overleed, terwijl zijn teamgenootje Hill – onwetend van het overlijden van zijn teamgenoot – door racete en kampioen werd. Eenmaal terug in de pits verdween de blijdschap welke plaats maakte voor verdriet… De hierop volgende jaren waren niet succesvol voor Ferrari, pas in 1964 begon het weer wat te worden. Ferrari coureur John Surtees won dankzij de 158 F1 bolide het kampioenschap voor coureurs, en ook het team werd kampioen in het constructeurskampioenschap. Het succes kon echter niet worden doorgezet. In ’65 was het team niet succesvol, en ook in het hierop volgende jaar kon het team niet goed presteren. Met een nieuwe V12 motor won Surtees weliswaar in Spa, maar verliet hij het team nog voor het einde van een seizoen wegens een ruzie met het team. Ook bandenleverancier Dunlop verliet het team, en uiteindelijk miste Ferrari in ’66 twee races. Ferrari won nog wel twee keer maar dat was niet genoeg om dit seizoen als succesvol te bestempelen. Ook in ’67 werd er geen succes geboekt, dit keer met de 312 F1-67 (een gemodificeerde bolide van vorig seizoen). Het jaar wordt helaas gekenmerkt door een tragisch ongeluk in Monte Carlo, waar Lorenzo Badlini overleed. De beste prestatie dit jaar kwam van Ferrari’s Chris Amon, die drie keer een derde plaats plakte. Twee jaar later, 1969, beleefde Ferrari een uiterst moeizaam seizoen, het team won uiteindelijk maar zeven punten met vaak maar 1 coureur deelnemend aan de race. Amon kon slechts drie keer een puntenfinish behalen, met als beste resultaat een derde plaats in Zandvoort. We gaan naar de zeventiger jaren. In 1970 kwamen de goede prestaties weer even de hoek om kijken. Ferrari had op een paar punten na de constructeurstitel kunnen pakken met Ickx en Regazonni, die net achter wereldkampioen Jochen Rindt finishte. De wagen waar Ferrari mee reed was een 312 B, welke resulteerde in vier overwinningen: Australië, Canada, Mexico en Italië. In ’71 werd Ferrari vierde in het constructeurskampioenschap, en ’72 bracht gelijke resultaten en de nieuwe bolide in 1973 bracht evenmin wat goeds. Na elf jaar heeft Ferrari zich in 1975 weer echt bij de top gevoegd. In dit succesvolle jaar werd het team kampioen in zowel het constructeurskampioenschap als – met dank aan Niki Lauda – het coureurskampioenschap. Lauda won vijf keer: in Monaco, België, Zweden, Frankrijk en Amerika. Zijn teamgenootje Clay Reagazzoni won in Monza, dezelfde dag zou Lauda de titel behalen. Dit alles dankzij de goede kwaliteit van Ferrari’s racebolide, de 312 T. In 1976 begint Ferrari waar het gebleven was: winnen. Zes van de negen races worden geworden, en de 312 T bewijst wederom haar klasse. Dit gaf Lauda de kans voor nog een titel, maar een behoorlijk ongeluk op de Nürbürgring gooit roet in het eten. 1 augustus crasht Lauda en vergooit hiermee zijn kansen op de titel. Het team besloot om niet aan de Oostenrijkse Grand Prix deel te nemen, om in Nederland weer terug te keren. Lauda’s comeback vond plaats in Monza, hoewel hij nog niet helemaal hersteld was. Ferrari werd nog wel voor de tweede keer op rij constructeurkampioen. Het volgende jaar werd een prachtig jaar voor het team. Na de pech van vorig jaar was Lauda gebrand “zijn” titel te pakken. Dankzij een verbeterde 312 T2 Ferrari lukte dit, en boekte Ferrari een hattrick door voor de derde keer op rij onverslaanbaar te zijn in het kampioenschap voor constructeurs. Ferrari’s goede vorm werd het volgende jaar verstoord door de dominantie van Lotus. Villeneuve presteerde redelijk, maar de ex-Ferrari coureur Andretti wordt kampioen. In ’79 is Ferrari back in business, het won zowel het constructeurs- als het coureurskampioenschap. Een rampseizoen kenmerkt het begin van de tachtiger jaren voor Ferrari. Na een uiterst succesvol seizoen verdwenen de successen in 1980.. Ook de hierop volgende seizoen boekte Ferrari geen succes, en in ’82 sloeg het noodlot toe voor de geliefde Gilles Villeneuve. Tijdens een training voor de GP van Zolder in België verloor hij zijn leven, en nog geen drie maanden later raakte Didier Pironi serieus gewond. In ’83 gaat het weer beter met het team, coureur René Armoux behoorde tot de laatste race tot een kanshebber voor de titel. Helaas viel Armoux vroeg uit waardoor hij het gevecht met Nelson Piquet niet kon winnen. Toch was het Ferrari die de constructeurstitel won. Het volgende jaar kon dit team dat niet nog eens voor elkaar krijgen, en ook de volgende seizoenen in dit decennia boekt het team geen echt succes. Het tij verkeerde in de jaren negentig. Alain Prost, de vervanger van Berger, startte het seizoen met de succesvolle F1-90. Het kon eindelijk concurreren met Ferrari, en Prost demonstreerde dat door te vechten voor de titel met Ayrton Senna. Het gevecht uitte zich op Suzuka, waar beide coureurs zichzelf uit de wedstrijd reden in de eerste bocht. Senna won de titel, maar Prost bezorgde dit jaar Ferrari’s 100ste overwinning in de Formule1. Iedereen verwachtte een minstens net zo succesvol seizoen, maar 1991 was – evenals de nieuwe F1-91 – een grote teleurstelling. De bolide kwam snelheid tekort ten opzichte van haar concurrenten Ferrari en Williams. Ferrari coureurs Prost en Alesi zagen nooit als eerste de finishvlag dit seizoen, Prost werd zelfs de laatste race vervangen door Gianni Morbidelli. Einde ’91 kwam Luca Di Montezemolo terug als President en Managing Director. 1992 was al niet veel beter, het was een van de moeizamere jaren van Ferrari in de F1. Het team lag achter als het ging om technische en elektronische ontwikkelingen, wat resulteerde in een niet competitieve F92. Alesi kon zijn talent niet demonstreren met deze bolide, en Ferrari eindigde het seizoen met een matig puntentotaal van 21. Het seizoen ’93 bood geen uitkomst, ondanks de terugkeer van Berger en de komst van Jean Todt in het Racing Management. Eindelijk was daar in 1994 weer wat resultaat, Gerhard Berger won de Grand Prix van Hockenheim met een V12 motor in de 412 T1. Het tragische weekend in Imola, waar zowel Ratzenberger als Senna het leven verloren, zorgde echter voor drastische veiligheidsmaatregelen voor zowel een circuit als een bolide. Schumacher werd overigens wereldkampioen, Ferrari werd derde in het kampioenschap voor constructeurs. In 1995 werd duidelijk dat de 412 T2 wel wat beter was dan zijn voorganger, maar het kon nog niet concurreren met de mannen aan de top. Michael Schumacher werd wederom kampioen, en vertrok tegen het einde van het seizoen naar Ferrari. Het tij zou keren met de voormalig wereldkampioen aan boord. Michael Schumacher en zijn teamgenoot Eddie Irvine haalde 90 punten binnen voor het team. Michael won drie keer, in Spanje, België en Italië. Villeneuve en Hill streden voor de titel, het werd Damon Hill. 1997 werd het jaar van Ferrari’s terugkeer. Het had zich teruggeknokt naar de top, en Michael Schumacher was in de race voor de titel. Na vijf overwinningen (Monaco, Canada, Frankrijk, België en Japan) lag Schumacher zij aan zij met Villeneuve. Laatst genoemde kwam als winnaar uit de bus, maar Ferrari’s 120 punten waren genoeg voor de titel voor constructeurs. Dit was het beste resultaat sinds 1990. Het volgende seizoen streed Michael wederom voor de titel, dit keer met Mika Hakkinen. Wederom verloor de Duitser de strijd, maar bracht hij en zijn teamgenoot het team wel 133 punten. In 1999 was het dan eindelijk raak, na 16 jaar was de constructeurstitel weer voor Ferrari, dankzij de inspanningen van Michael Schumacher, Eddie Irvine en Mika Salo. Na Michael's crash op Silverstone verving Salo de Duitser. Toen Schumacher de laatste twee races weer actief was hielp hij Eddie Irvine bij zijn strijd om de titel. Echter, het was Hakkinen die de Ier te sterk af was. Het team uit Maranello begon het nieuwe millennium met een record voor het team. 170 punten, 10 overwinningen, 10 pole positions en beide titels behaalde de renstal in 2000. Michael Schumacher haalde de coureurstitel binnen en mede dankzij Rubens Barrichello, welke Eddie Irvine vering, haalde het team tevens de constructeurstitel. Het jaar hierna was een jaar van de bevestiging van de dominantie van de Italiaanse renstal. Maanden voor het einde van het seizoen claimde Ferrari zowel de coureurs- als de constructeurstitel. Dit seizoen is zonder twijfel een bijzondere en een van de beste seizoenen van het team. 2002 deed niet veel onder voor het voorgaande jaar, Michael Schumacher won de titel al in Frankrijk. En in Hongarije verzekerde Ferrari zich al van de constructeurstitel. 2003 werd wat spannender, en Schumacher moest knokken voor de titel. In Amerika deelde Schumacher een mokerslag uit, en zijn achtste plaats in Japan was genoeg voor de zesde titel van de Duitser. 2004 was het seizoen voor Ferrari, laat daar geen twijfel over bestaan. Daar waar de Italianen in 2003 tot de allerlaatste Grand Prix nog moesten vechten voor wat ze waar waren, was men in Maranello al na de GP van Hongarije zeker van de titel. Vlekkeloos ging het dit Michael Schumacher en Ferrari mogen zich wederom de allerbeste noemen.. Teamgenoot Rubens Barrichello speelde dit jaar volgens velen weer de tweede viool, maar heeft naar mijn mening geleerd wat meer te durven. Rubens heeft het seizoen overigens heel knap als tweede afgesloten. Ferrari had haar zaakjes zoals gewoonlijk goed voor elkaar, Ross Brawn bedacht bijvoorbeeld wil geweldige strategieën en ook de Bridgestone banden hadden het beste voor met de rode auto-tjes. Een seizoen zonder kritiek op Ferrari bestaat echter niet, zo blijkt ook dit jaar weer. Teambaas Frank Williams gaf bijvoorbeeld zijn ongezouten mening over de Italianen. Zo was de man er van overtuigd dat Barrichello (die net als Schumacher slechts 1 keer de finish niet heeft gehaald) een mindere wagen kreeg. Hij vond dit schandalig. Ferrari nam echter niet de moeite om hier op te reageren, wat ook waarschijnlijk niet nodig was. Wellicht was Frank een ietwat jaloers, want van zijn team werd toch wel wat meer verwacht dan een uiteindelijk behaalde vierde plaats in het constructeurskampioenschap. Waar 2004 een bijzonder goed seizoen voor de Italiaanse renstal bleek, zo werd 2005 een ramp. In maarliefst vijf races werden er geen punten gescoord, en slechts één keer stond Ferrari coureur Michael Schumacher op het hoogste treetje op het podium (Indianapolis). Vooral de kwalificaties bleken een probleem, beide coureurs konden geen potten breken en eindigden vaak in de middenmoot. Een ongebruikelijke plek voor het team uit Maranello, de F2005 bolide bleek onder de maat. Toch kroop Ferrari enigszins uit haar dal, hoewel de media niet milt bleek. Ferrari kon het seizoen als derde afsluiten, maar heeft geen moment aan een van de twee beschikbare titels kunnen ruiken. De nieuwe F248-F1 moet het tij keren voor Ferrari. Met een gedeeltelijk vernieuwd rijdersduo, Felipe Massa in plaats van de Braziliaan Rubens Brazilië, gaat Ferrari weer strijden voor zowel de constructeurs- en coureurstitel. De gehoopte revanche krijgt Ferrari in 2006. Felipe Massa doet het redelijk goed voor de Italiaanse renstal, hij weet in zeven races het podium te halen. Twee keer, in Turkije en Brazilië zegeviert de jonge Braziliaan zelfs. Het brengt hem op een puntentotaal van 80. De achterstand op zijn teamgenoot Schumacher is weliswaar 41 punten, een derde eindklassering is zeker niet slecht in zijn eerste racejaar bij een topteam. Michael Schumacher is logischerwijs van grotere waarden voor Ferrari. Met liefde zouden ze hem vast willen leggen voor de komende seizoenen, maar vanaf het begin van het seizoen is al duidelijk dat de ervaren Duitser na gaat denken over zijn Formule1 carrière. Plakt hij er nog een jaartje aan vast of wordt dit zijn laatste? In Italië zou hij het bekend maakte, zo beloofde de Duitser. Schumacher maakt uiteindelijk in Monza bekend de Formule1 wereld inderdaad te verlaten, het is mooi geweest. De emotionele bekendmaking verandert niets in zijn racesituatie. Voorafgaand aan de race in Italië, die hij overigens winnend afsloot, was de Duitser verwikkeld in een hevige strijd met regerend wereldkampioen Fernando Alonso. Ferrari en kopman Schumacher wilde maar wat graag de titel afpakken van de Spanjaard, en sinds race één zorgen beide partijen voor een bijzonder spannend verloop van het seizoen. Na een eerste slag van Alonso komt Schumacher weer terug, maar de Renault rijder blijft aan de leiding, zei het met enkele puntjes. Alonso slaat door het winnen, dan wel constant in de top drie finishen, een nieuwe slag, maar ook nu blijft de Duitser niet achter. Hij trekt de stand weer nagenoeg gelijk, om in de slotfase de stand echt gelijk te trekken. Een ontknoping van een seizoen is zelfden zo spannend geweest. Ferrari weet dat het met het vertrek van Schumacher een bijzonder talent verliest, de titel in 2006 zou bijzonder welkom zijn. Met nog twee races op het programma kunnen zowel Alonso als Schumacher de rijderstitel pakken, en ook in de strijd om het constructeurskampioenschap is het spannend. Fisichella voor Renault, en Felipe Massa voor Ferrari zijn beiden van waarde door ook regelmatig in de top acht te finishen. De Grote Prijs van Japan volgt, hier kan het kampioenschap min of meer bepaald worden. De race eindigt in een deceptie. Pech overschaduwd de overwinning van Alonso, want Schumacher moet zijn Ferrari met uitgerekend motorpech – dat door vijf jaar afwezigheid haast niet in het woordenboek van Ferrari voorkomt – op het gras van Suzuka parkeren. Als het circus verhuist naar Brazilië voor de seizoensafsluiter heeft Alonso een praktisch onoverbrugbare voorsprong. Het team, alsmede Michael Schumacher, hebben de strijd opgegeven. Toch gaat Ferrari strijdend ten onder, voor zover je een tweede plaats in zowel het rijders- als constructeurskampioenschap ‘ten onder’ kan noemen. Schumacher vecht voor wat hij waard is maar weerhoudt Alonso niet van zijn tweede titel. Met een ongekend minimaal verschil van vijf punten is ook het team Renault te sterk voor Ferrari, maar de Scuderia heeft laten zien na een jaar ‘onmacht’ weer te kunnen strijden voor de titel Ondanks een spannend en competitief seizoen voor Ferrari vertrekken enkele prominenten binnen het team. Met Schumacher zijn vertrek verliest Ferrari al een kopstuk, maar ook het technisch brein Ross Brawn – indirect verantwoordelijk voor vele zeges - gaat er (tenminste) een jaartje tussenuit. Daar blijft het niet bij, kopman Paolo Martinelli verlaat eveneens de renstal en vertrekt naar Ferrari’s moederbedrijf Fiat. Teambaas Jean Todt blijft wel bij het team, maar het dream team is uit elkaar gevallen. Ferrari vindt in Kimi Räikkönen een vervanger voor Schumacher. Räikkönen heeft talent, daar wordt niet aan getwijfeld, maar vaak door gebrek aan technische betrouwbaarheid kwam het er de afgelopen jaren bij McLaren niet uit. Kan de Fin wel alles laten zien bij Ferrari? Met een nieuw rijdersduo, een nieuwe auto (met een fellere rode kleur) en een herstructurering gaat Ferrari het 2007 seizoen, op jacht naar een nieuwe titel. Het begin in 2008 in ieder geval wel goed. Räikkönen pakt in zijn eerste race voor Ferrari gelijk de overwinning en in Bahrein en Spanje is het Massa die voor het Italiaanse team twee keer de zege weet te pakken. Ondanks deze resultaten is er wel een achterstand van negen punten op het Britse McLaren. Door sterke races van McLaren is de achterstand drie races later zelfs opgelopen tot 35 punten. Toch slaat het team uit Maranello terug. De race in Frankrijk wordt de eerste één-twee finish van het 2008-seizoen voor het Italiaanse team. Ook Engeland was voor het team een succesvolle race, waarbij het team 14 punten scoorde. McLaren kreeg geen kans ver uit te lopen op Ferrari. In Hongarije krijgt Ferrari een wel erg goede kans in de schoot geworpen om verder in te lopen op McLaren. Het Britse team krijgt namelijk geen punten als gevolg van een pitstopincident in de kwalificatie. Deze uitgelezen mogelijkheid wordt echter niet optimaal benut; slechts acht punten worden binnengehaald door een tweede plaats van Kimi Räikkönen. Wél goed gaat het tijdens de races in Turkije en België. Beide keren pakt de Scuderia de dubbel. Doordat McLaren vlak voor de Belgische Grand Prix gediskwalificeerd wordt uit het kampioenschap wegens spionage pakt het team met de 18 punten die ze verdienen het constructeurskampioenschap. Door nog twee succesvolle races in China en Brazilië pakt Ferrari haar vijftiende wereldkampioenschap met in totaal 204 punten.
Ook de rijderstitel gaat geheel tegen de verwachtingen in naar een Ferrari rijder. Door de constante prestaties van Ferrari nieuweling Kimi Räikkönen doet het team het gehele seizoen mee om deze titel, maar lange tijd leek Lewis Hamilton er mee aan de haal te gaan. Doordat die blundert in de slotfase, en ook Alonso tekort komt, pakt Räikkönen met één puntje voorsprong de rijderstitel. Met recht een succesvol seizoen dus voor 2007, terwijl dit allerminst zeker was gezien de uiterst sterke prestaties van McLaren. In 2008 komt Ferrari met een onveranderd rijdersduo aan de start.
• foto's van ferrari
Ga naar Pagina 1, 2, 3 ... 83, 84, 85 Volgende |
• profiel
Volledige naam: Eerste Grand Prix: Teambaas: Model: Motor: Rijders:
![]()
• teams en coureurs 1. Lewis Hamilton 2. Heikki Kovalainen
3. Felipe Massa 4. Kimi Räikkönen
5. Robert Kubica 6. Nick Heidfeld
7. Fernando Alonso 8. Romain Grosjean
9. Jarno Trulli 10. Timo Glock
11. Sébastien Buemi 12. Jaime Alguersuari
14. Mark Webber 15. Sebastian Vettel
16. Nico Rosberg 17. Kazuki Nakajima
20. Adrian Sutil 21. Giancarlo Fisichella
22. Jenson Button 23. Rubens Barrichello |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||




















