

• ing renault f1 team Renault debuteert in 1977 met de revolutionaire RS01. Voor het eerst in de geschiedenis van de Formule 1 is er een auto met een turbomotor. Als enige coureur komt Jean-Pierre Jabouille uit voor het team. De turbo Renault is geen succes en gaat om de haverklap stuk. In 1978 gaat het beter met Renault en Jabouille weet tijdens de GP van Watkins Glenn in de VS een vierde plaats voor het team te scoren. Met drie punten wordt hij twaalfde in de WK stand. In 1979 gaat het succes van de Renault Turbo verder. Voor de eerste maal worden er twee auto's ingezet. René Arnoux is de tweede coureur naast Jabouille. JPJ weet de GP van Frankrijk op zijn naam te schrijven. De rest van het seizoen is een grote malaise voor Jabouille. Arnoux weet nog een paar maal een podiumplaats te behalen en scoort 17 punten. Renault sluit het kampioenschap af met 26 punten en wordt zesde in het constructeurskampioenschap. Als Arnoux in 1980 zowel de GP van Brazilië als de GP van Zuid Afrika op zijn naam weet te schrijven lijkt het Renault team de juiste weg te zijn ingeslagen, maar dit blijkt een utopie te zijn. De rest van het seizoen wordt een opeenvolging van technische tegenslagen. Jabouille wet de GP van Oostenrijk nog op zijn naam te schrijven en Arnoux sprokkelt nog enkele punten bijeen. In het WK voor constructeurs word het Franse team vierde met 38 punten. Jabouille wordt in 1981 vervangen door "Le Professeur" Alain Prost. De start van het seizoen is matig, maar met de inzet van de Renault RE30 keert het tij. Prost wint de GP van Frankrijk, Nederland en Italië. Hij wordt vijfde in het WK en wordt de nieuwe eerste coureur van het team. In dit jaar lijkt Arnoux het slachtoffer te zijn en ondervindt veel pech aan zijn Renault. Toch wordt het team derde in het constructeurskampioenschap. Als favoriet voor het kampioenschap vangt Renault het seizoen 1982 aan. Na winst van Prost tijdens de GP in Zuid Afrika lijkt het Renault team oppermachtig, maar het grootste gedeelte van het seizoen wordt een opeenhoping van technische defecten. In Frankrijk wordt de eerste dubbelzege bijgeschreven. Renault wordt teleurstellend vierde in het constructeurskampioenschap. 1983 is een goed seizoen voor Renault. Met Prost en Eddie Cheever als coureurs heeft het team diverse successen. Prost wint met de RE40 vier Grand Prix'. In de laatste race van het jaar weet Nelson Piquet met de Brabham-BMW de titel voor Prost zijn neus weg te kapen. Renault eindigt als tweede achter Ferrari in het constructeurskampioenschap. De twee jaren daarna zijn een bittere teleurstelling. Prost verlaat het team en vertrekt naar McLaren, Cheevers contract wordt niet verlengd. Met Patrick Tambay en Derek Warwick worden nog enkele podiumplaatsen behaald, maar overwinningen lijken tot het verleden te behoren. In 1985 trekt Renault zich terug als team om zich te concentreren op de rol van motorenleverancier. Er worden successen geboekt met Williams en Benetton. Eind '97 stopt Renault met het leveren van motoren en lijkt de rol van de Fransen in de F1 uitgespeeld. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan, en in 2000 neemt het Franse bedrijf het Benetton team over. Het volgende seizoen wordt gebruikt als springplank naar 2002 om daar als zelfstandig constructeur verder te gaan onder de naam Renault F1 Racing. Dit jaar verschijnt Renault aan de start met Jarno Trulli en Jenson Button en er worden enkele goede resultaten behaald. Voor 2002 heeft Renault als doel gesteld om de vierde plaats in het constructeurskampioenschap zeker te stellen. Dat lukt, al is het verschil met de concurrentie aanzienlijk. Button scoort regelmatig punten, Trulli wordt achtervolgd door pech. In dit jaar maakt Renault bekent dat Button voor het seizoen 2003 wordt vervangen door testcoureur Alonso. Trulli rijdt enkele goede races. Voor het seizoen 2003 wordt Alonso geacht om het de concurrentie moeilijk te gaan maken. Deze verwachtingen komen uit. In Maleisië staan beide Renaults op de eerste startrij. In Hongarije komt de eerste zege voor Alonso en is daarmee de jongste GP winnaar ooit. In de kwalificaties is Trulli de toonaangevende coureur. Renault weet het seizoen als vierde in het constructeurskampioenschap af te sluiten. Toch opent Renault in 2004 – met als coureurs opnieuw Fernando Alonso en Jarno Trulli - de aanval op de aloude topdrie. Een nieuwe meer conventioneel gebouwde motor (blokhoek 72 graden ten opzichte van de extreem wijde blokhoek van 111 graden van de oude krachtbron ) zou de sleutel moeten zijn voor meer Grand Prix-zeges. Dat lukt echter niet. Net als in 2003 wordt slechts één zege geboekt: Jarno Trulli wint vanaf pole-position in Monaco. De Renault R24 blijkt een uiterst lastig hanteerbare wagen. Opmerkelijk: in de eerste seizoenshelft heeft Trulli de overhand. Maar als de Italiaan in de Grand Prix van Frankrijk in de laatste ronde zijn derde plaats verspeelt aan Rubens Barrichello (Alonso finisht als tweede), maakt hij vervolgens niets meer klaar. Na de Grand Prix van Italië wordt hij vervangen door Jacques Villeneuve, die eveneens geen punten kan toevoegen aan het totaal van Renault. Het team eindigt in het WK voor constructeurs op de derde plaats, met 105 punten. Voor 2005 wordt de aanval geopend op de dominantie van Ferrari met – andermaal – een nieuwe krachtbron en een nieuwe ‘oude’ coureur. Giancarlo Fisichella keert terug bij de renstal die in 2001 nog als Benetton/Renault door het leven ging. Met drie zeges uit drie races begint Renault sterk aan het seizoen 2005. De goede vorm wordt doorgezet, en enkel in Canada, Hongarije en Amerika (de ‘Michelin-race’) worden geen punten behaald. Het wordt nog spannend in de laatste paar races als McLaren en Renault strijden om de titel voor constructeurs. Alonso had zich dan al verzekerd van zijn rijderstitel. Het moet in de laatste race, in China, beslist worden. Opnieuw komt Alonso als eerste over de finish, en finisht zijn teamgenoot als vijfde. Montoya haalt geen puntenfinish waardoor de tweede plek van Räikkönen er niet meer toe doet. Renault is op beide fronten kampioen in 2005, zal het haar titels succesvol kunnen verdedigen in 2006? Tricky, je main driver maakt al voor het seizoen bekend dat hij naar concurrent McLaren zal verhuizen in 2007. Fernando Alonso sluit zijn carriere bij de Franse renstal na eizoen 2006 af, teambaas Briatore moet hem laten gaan. Een zo vroege bekendmaking is zeldzaam, en zorgt direct voor speculaties. Zo zou Alonso zich niet meer volledig in zetten in zijn laatste seizoen – niets was minder waar blijkt later – en trekt Renault teamgenoot Fisichella voor, wat het team als vanzelfsprekend heftig ontkende. Hoe dan ook, Renault wilde het succesverhaal van 2005 herhalen. Ferrari daarentegen had een dramatisch seizoen achter de rug en had evenzeer de motivatie nu de titel(s) wel te pakken. Deze twee drijfveren zorgden voor een mooi, spannend en verrassend gevecht tussen de beide teams.Renault begint als favoriet voor de titel sterk aan haar seizoen. In de eerste drie races staat er een coureur in het blauw-geel op het hoogste treetje van het podium. Twee keer was Alonso de snelste (Bahrein en Australië), Fisichella won verrassend in het warme Maleisië, waar Alonso overigens tweede werd. Resultaat: een voorpsrong van maarliefst 27 punten op de voornaamste concurrent Ferrari. Ondanks dit gegeven, in combinatie met felle kritiek en vaak negatieve publicaties slaat Ferrari terug. Michael Schumacher rijdt in San Marino en Europa twee indrukwekkende races en pakt de volle 10 punten. Ook Felipe Massa finisht aardig maar Alonso werkt niet mee aan Ferrari’s poging bji te blijven. De Spanjaard finisht twee maal als tweede, en slaat vervolgens toe in Monaco, Engeland en Canada door daar de volle tien punten te pakken. Een nieuwe dip bij Ferrari is geboren. Hoewel de strijd tussen de twee kopmannen het duidelijkst zichtbaar is spelen tweede coureurs Fisichella en Massa eveneens een rol. Beiden finishen met regelmaat in de punten, zoals ook wordt verwacht en verlangd van een coureur bij dergerlijke topteams, waardoor de strijd om de constructeurs- en rijderstitel spannend blijft. Toch lijkt het er sterk op dat Alonso in de eerder genoemde races een te grote klap heeft uitgedeeld, maar opnieuw laat Ferrari zich niet uit het veld slaan. De hierop volgende races, Amerika, Frankrijk en Duitsland, is het namelijk weer Schumacher die overwint. Zijn teamgenoot staat twee keer naast hem op het podium, terwijl Alonso ‘slechts’ 16 puntjes bij elkaar rijdt. Renault valt in Hongarije met beide auto’s uit (zeldzaam voor de renstal, die dit ook maar een keer voorkwam in 2006) en in Turkije ziet Briatore met ongenoegen een Ferrari coureur (Felipe Massa) de overwinning grijpen. Ook op het Italiaanse Monza gaat het mis. Alonso blaast in de slotfase zijn motor op, en als Schumacher als eerste de finishlijn passeert is de schade groot. China is vervolgens het decord voor een belangrijke ontwikkeling in het kampioenschap. In een spannende race pakt Schumacher de overwinning, geholpen door een verkeerde bandenkeuze van Renault. Alonso weet zich naar een tweede plek te rijden en pakt acht punten, maar is niet langer meer leider in het klassement. Met de overwinning heeft rivaal Schumacher de stand gelijk getrokoken, en doordat de Duitser meer overwinningen heeft behaald in 2006 is hij de officiële nummer 1. Met nog twee races te gaan is het in de Formule1 spannender dan ooit, enkel Japan en Brazilië staan nog op het programma en Ferrari… heeft weer hoop, realistische hoop. In Japan vindt echter een Italiaans/Duits drama plaats. Schumacher lag goed op koers maar blies zijn Ferrari motor op, een bijzonder zeldzame gebeurtenis als het over de krachtbronnen van Ferrari hebben, daar het een kleine vijf jaar geleden is geweest dat dit voor het laatst is gebeurd. Het is bijzonder zuur voor de rooie dat het nu weer plaats vindt, de rijderstitel kunnen ze – met Alonso op een eerste eindplek in Japan – vergeten. Renault heeft weer zekerheid als het gaat om haar rijderstitel, de constructeurstitel ligt echter nog voor het grijpen. In Brazilië verzekeren ze zich hier echter ook van, zij het met een minimale marge van 5 puntjes op Ferrari. Feit is dat Renaut haar twee titels knap geprolongeerd heeft, en het met ING als nieuwe hoofdsponsor en Kovalainen als nieuwe tweede rijder, vol vertrouwen een nieuwe seizoen in gaat. Toch begint 2007 een stuk slechter als het voorgaande seizoen. In de eerste vijf races werden slechts 16 punten gescoord, wat slechts een kwart is van de 62 punten die de Franse renstal op dat moment vorig jaar in bezit had. De punten tot op heden dit jaar komen vooral van Fisichella, de ervaren Renault-coureur. Debutant Heikki Kovalainen komt pas later in het seizoen op dreef in de ING Renault auto. Dit laat zich voor het eerst zien in de Canadese Grand Prix: in een toch erg moeilijk weekend voor de Fin weet hij het Franse team toch met vijf punten te belonen. In Amerika doet hij dit dunnetjes over met de vier punten die hij krijgt voor zijn vijfde eindplaats. Kovalainen raakt steeds meer gewend aan de auto en dat is ook duidelijk te zien aan de onderlinge resultaten. In alle races vanaf Duitsland tot en met België is de Fin beter dan Giancarlo Fisichella, en is hij ook de enige die een totaal van 8 punten naar het Franse team weet te brengen. In de Japanse regenrace behaalt de Franse renstal het beste resultaat van het gehele seizoen. Heikki Kovalainen weet een tweede plaats te behalen en zijn Italiaanse teamgenoot weet de vijfde eindplaats op zijn naam te schrijven. Zowel in China als seizoensafsluiter Brazilië weet het team niet te scoren, en dat brengt ze op een totaal van 51 WK-punten waarmee ze derde worden in het constructeurskampioenschap.
In 2008 gooit Renault het roer om. Fisichella wordt bedankt voor bewezen diensten en Kovalainen mag naar McLaren vertrekken. De ruil is niet onaardig. Fernando Alonso keert terug naar de het team van Briatore, en uit eigen team wordt Nelson Piquet jr. naar voren geschoven. Met hen hoopt Renault het kampioenschap te heroveren.
• foto's van renault
Ga naar Pagina 1, 2, 3 ... 59, 60, 61 Volgende |
• profiel
Volledige naam: Eerste Grand Prix: Teambaas: Model: Motor: Rijders:
![]()
• teams en coureurs 1. Lewis Hamilton 2. Heikki Kovalainen
3. Felipe Massa 4. Kimi Räikkönen
5. Robert Kubica 6. Nick Heidfeld
7. Fernando Alonso 8. Romain Grosjean
9. Jarno Trulli 10. Timo Glock
11. Sébastien Buemi 12. Jaime Alguersuari
14. Mark Webber 15. Sebastian Vettel
16. Nico Rosberg 17. Kazuki Nakajima
20. Adrian Sutil 21. Giancarlo Fisichella
22. Jenson Button 23. Rubens Barrichello |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||




















